Solidair zijn
In de campagnes wordt gehamerd op het solidariteitsbeginsel, wat inhoudt dat we solidair dienen te zijn met ernstig zieke mensen. Dat klinkt heel mooi, maar daar valt wel een en ander op af te dingen vanwege een nieuwe tunnelvisie. Emotionele manipulatie met beelden van jonge mensen en kinderen op wachtlijsten wordt hierbij niet geschuwd.
Het is des te meer bevreemdend, bizar en absurd dat aan emoties geen enkele rol wordt toegekend in de verschillende beeldcampagnes wanneer het de donoren betreft. Deze zijn in de meeste gevallen immers ook kinderen en jonge mensen. Hoe is het emotioneel gesteld met hun nabestaanden en hoe solidair zijn we met hen?
Vaak wordt de verwijtende opmerking gemaakt dat iemand is gestorven omdat er geen orgaan beschikbaar was. Bij nadere beschouwing blijkt dit argument niet houdbaar. Iemand is gestorven omdat hij/zij een ziekte had die tot de dood leidde en dat gebeurt met verschillende ziektes.
Dat er op dat moment geen ander mens beschikbaar was om zich vrijwillig te laten doden om dat te voorkomen, is toch onmogelijk als verwijt naar de levenden uit te leggen! Zelfs al je als orgaandonor geregistreerd staat, ben je het nog niet. Alleen registratie levert geen orgaan op. Je zult toch echt eerst moeten sterven.
Als de kritiek op het hersendoodcriterium ertoe leidt dat er nog minder donoren beschikbaar komen dan tot nu het geval is, hoe werken we dan het tekort aan organen weg?
Het antwoord is eenvoudig en helder. We werken het op geen enkele materialistische manier weg en we mogen die suggestie dan ook niet wekken omdat deze valse hoop geeft. Een donororgaan is geen medicijn zoals pillen, poeiers, drankjes, chemo enzovoorts. Dergelijke medicijnen zijn zelfs niet in staat om ernstig zieke patiënten te genezen of in leven te houden. We kunnen ons beter over de vraag buigen hoe we zinvol met het leven om kunnen en willen gaan als hier een orgaanziekte bij hoort die tot de dood leidt.
Bij orgaandonatie in het algemeen en als argument voor een GBS / ADR in het bijzonder wordt vaak de term ‘solidariteit’ gehanteerd, maar de invulling ervan is tamelijk dubieus.
Overheid en belangengroepen verklaren ons slechts solidair met mensen die op de transplantatiewachtlijsten staan als we ons als donor laten registreren. Dit is om twee redenen een volstrekt onjuiste voorstelling van zaken.
1. Je maakt minder dan een half procent kans om daadwerkelijk donor te worden.
2. Solidariteit is niet een administratieve handeling van je laten registreren als orgaandonor, maar een daadwerkelijk aanwezig zijn bij diegene die je nodig heeft op zeer moeilijke momenten.
Solidariteit is proberen te weten te komen wat leven inhoudt – voor jezelf, voor anderen, voor de aarde, met aandacht voor het materiële en het immateriële – en hierin met jouw individuele kwaliteiten aanwezig te zijn en deze tot het uiterste te gebruiken. Met deze kwaliteiten kun je geroepen worden om iemand te helpen zijn sterven te aanvaarden met alle aandacht voor de persoonlijke emoties bij jezelf en anderen waarmee dit gepaard kan gaan. We zouden nu wel eens tot de ontdekking kunnen komen dat heling – genezing – meer niveaus en dimensies heeft dan de lichamelijke.
Een dergelijke innerlijke en uiterlijke benadering dringt het starre materialistische denken terug dat zich alleen maar richt op de veronderstelde maakbaarheid van de uiterlijke vorm waarin het leven zich manifesteert. Deze benadering zet jou en de ernstig zieke medemens in een totaal ander licht. Zij creëert wezenlijk besef m.b.t. solidariteit, naastenliefde en wat gedaan dient te worden op het gebied van begeleiding om mensen hun sterven te doen aanvaarden als overgang naar een andere dimensie.
Angst voor de dood loslaten bij jezelf en mogelijk weg kunnen nemen bij een ander is een geweldige vorm van solidariteit en naastenliefde.