HERSENDOOD | een dodelijke tunnelvisie

Je levensbeschouwing is bepalend

Volgens verschillende ethici - aangevoerd door prof. dr. G. den Hartogh - zou de overheid ons ethisch gezien kunnen verplichten om organen af te staan. Die plicht kan geëffectueerd worden in een dwingender wettelijk systeem.

Het frappante is dat deze ethici met geen woord reppen over hersendood in relatie tot het stervensproces. Er wordt slechts gesproken en geschreven over ‘voor’ de dood en ‘na’ de dood. Er ontbreekt steevast een belangrijk fundament: je kunt als ethicus wel spreken over voor en na de dood, maar dan dien je eerst aan te geven waar de grens ligt. Anders gezegd, hoe weet je dat het bewustzijn van betrokken persoon niet meer verbonden is met het fysieke lichaam en dat je daadwerkelijk met een stoffelijk overschot te maken hebt? Dat de huidige praktijk op alle fronten meer dan schromelijk te kort schiet, is hier al eerder betoogd.

Het vaststellen van die grens is vooralsnog geen eenduidig gegeven, maar afhankelijk van de levensbeschouwing die je hanteert. Als je slechts meetbare criteria hanteert, kom je tot andere conclusies dan wanneer je de niet-meetbare (ziel/geest) een plaats in het proces toekent. Niemand - noch een neuroloog, noch een chirurg, noch een theoloog, noch een ethicus, noch een psycholoog, noch een jurist, noch een politicus om er maar een paar te noemen - kan zich daarom het recht toe-eigenen in ultieme zin het gelijk dan wel de waarheid aan zijn zijde te hebben.

Met betrekking tot de niet-zichtbare aspecten het volgende. In het stervensproces speelt zich een en ander af wat niet te meten is en niet met fysieke zintuigen waarneembaar is.

Afhankelijk van hun eigen levensovertuiging hebben mensen - c.q wetenschappers - daar ideeën over ontwikkeld die sterk van elkaar kunnen verschillen. Het gaat niet meer om bewijsbare zaken, maar om overtuigingen die bij velen aanwezig zijn en als essentieel beoordeeld worden.

Er volgen hier vier, zeer globaal, zonder enige pretentie van volledigheid want er zijn er meer.
• De mens is een puur fysiek biologisch wezen en wat zich tijdens het sterven afspeelt, is niets anders dan biologische en chemische processen.
• De mens is een bezield wezen en tijdens het stervensproces maken ziel en lichaam zich los van elkaar. Op het moment dat het hart stopt, is de mens dood en dan is de ziel weg.
• De mens is een bezield wezen en op het moment dat het hart stopt begint pas het eigenlijke stervensproces. Ziel en lichaam maken zich los van elkaar en dat duurt enige uren tot dagen. Die periode heeft de ziel nodig om de informatie die tijdens het leven in het lichaam is opgeslagen eruit te halen en hierin spelen de organen een belangrijke rol. Vitale organen kunnen dus niet zomaar weggehaald worden want dat zou een enorme ingreep in het stervensproces zijn.

Het gaat hier niet om de vraag welke overtuiging wetenschappelijk verantwoord is, noch om de vraag wie gelijk heeft. Iedereen heeft vandaag zijn/haar gelijk, zijn/haar waarheid. Datgene wat vandaag echter wetenschappelijk verantwoord is, kan dit morgen niet meer blijken te zijn; diegene die gisteren gelijk dacht te hebben, wordt vandaag van zijn ongelijk overtuigd; wie zich in geestelijke wetmatigheden verdiept, kan tot andere conclusies komen dan wie deze geen bestaansrecht verleent.
Het gaat hier alleen om de objectieve waarneming dat er verschillende overtuigingen bestaan die voortkomen uit de levensbeschouwing die men aanhangt en het inherente mensbeeld. Zo is ook wetenschap ontstaan en deze ontwikkelt zich zo verder, al weten we niet of we wat te weten zijn gekomen wat er werkelijk toe doet.

Uit al deze levensbeschouwingen komen steeds nieuwe overtuigingen en ontdekkingen voort die het bewustzijn van de mens constant doen veranderen. Niet-meetbare aspecten (ziel, geest e.d.) spelen bij velen een hoofd- of bijrol in het denken over stervensprocessen en bij anderen helemaal geen rol.
Juist het gewicht dat men aan deze immateriële, spirituele aspecten toekent, kan doorslaggevend zijn bij de vraag of men potentieel orgaandonor wil zijn of niet. Dit heeft niets te maken met asociaal of egoïstisch, maar omdat men in het kader van een levensbeschouwing de bewuste keuze maakt geen donor te willen zijn. Doorgaans wil men binnen deze spirituele opvattingen ook geen organen ontvangen omdat men ervoor kiest grenzen te stellen aan de aanpak van ziekten. Die grenzen bepaalt het individu zelf. Ingrijpen in het eigen stervensproces impliceert schade berokkenen aan de eigen ziel en ingrijpen in het stervensproces van een ander betekent schade voor diens ziel. Afwijzing van zowel doneren als ontvangen is hiervan de logische consequentie.

Elk individu dient zelf, in vrijheid en zonder enige druk van anderen, zijn keuze te bepalen want het gaat hier om het vrije beschikkingsrecht dat eenieder vanaf zijn geboorte heeft meegekregen. Het is niet slechts het beschikkingsrecht over het lichaam waarin je vertoeft, maar veel meer over het leven dat je wilt leiden in wisselwerking met anderen, en het levenseinde vormt daarin een belangrijke fase. Er is er slechts één die daarover ten principale de beslissingsbevoegdheid heeft en dat ben jezelf.

Uit veel gesprekken die ik heb gevoerd is gebleken dat voor talrijke mensen het belangrijkste ijkpunt bij orgaandonatie en –transplantatie wordt gevormd door wat men zou kunnen noemen een ‘spirituele’ levensovertuiging. Sterven wordt als een essentiële, heilige afsluiting ervaren van het huidige bestaan, als een doorgang naar een andere dimensie.

Elk mens heeft zijn waarschijnlijkheden, zijn twijfels, zijn (on)zekerheden en zijn waarheden. Vaak is hij zich hier ook bewust van. Waarheid is iets waar je in je diepste binnenste geen seconde aan twijfelt, daar valt niet mee te marchanderen en niet over te onderhandelen. Waarheid is altijd gebaseerd op ervaringen, hoe oud of recent die ook zijn. Deze ervaringen vormen de basis voor een perspectief, hoe tegen dingen aangekeken wordt. Omdat elk mens andere ervaringen heeft en een verschillend perspectief op het leven, heeft ook iedereen een andere waarheid. En die waarheid zal veranderen door nieuwe ervaringen. Waarheid is dus geen statisch begrip. Je zou zelfs kunnen zeggen dat jouw waarheid is wat jij op dit moment bént.

Hersendood is een begrip dat niet uit de ervaring ontsproten is, maar uit de theorie en theorie heeft niets met waarheid te maken. Theorie is een bedenksel en binnen deze context zelfs een bedenksel dat de ongemakkelijke waarheid aan de kant schuift. Zoiets mag nooit als basis voor wetgeving dienen.