HERSENDOOD | een dodelijke tunnelvisie

Leven - sterven - dood

We hebben bij de termen leven, sterven en dood te maken met begrippen die heel moeilijk definieerbaar zijn. Met alleen rationele, materiële en technische termen woorden komen we er niet. Het blijft dus noodgedwongen wat algemeen.

• Leven is een kracht die in elk fysiek wezen aanwezig is. Deze kracht manifesteert zich allereerst bij het ontstaan van dit wezen en vervolgens bij de verdere groei en ontwikkeling ervan op allerlei gebied (o.a. lichamelijk, psychisch, spiritueel). Datgene wat van het leven waargenomen kan worden, zijn de uiterlijke biologische manifestaties en niet de innerlijk stuwende en scheppende kracht zelf. (Vergelijk dit met de zwaartekracht: de gravitatievelden zijn niet waarneembaar, maar de fysieke gevolgen wel.)

• Sterven is het proces dat zich voltrekt wanneer de levenskracht zich uit het lichaam terugtrekt. Dit proces kan kortere of langere tijd duren en is deels waarneembaar en deels niet.

• Dood is de toestand waarin het fysieke lichaam achterblijft wanneer de levenskracht het geheel en definitief heeft verlaten. Dit manifesteert zich in een vrij snel uiteenvallen van het overblijvende fysieke lichaam in materie: het stoffelijk overschot.

Er is niet exact vast te stellen op welk moment een stervende mens geheel en definitief door zijn levenskracht is verlaten. Wel is vast te stellen wanneer de verschijnselen van de fysieke dood hun intrede doen zoals lijkstijfheid, grauwe verkleuring van de huid, koude, lijkvlekken, ontbinding. Dan pas is elk waarneembaar teken van het levensprincipe definitief verdwenen. Het gegeven dat deze verschijnselen niet bij iedereen op hetzelfde moment waarneembaar worden, laat zien dat het stervensproces dat naar de dood leidt niet bij iedereen even lang duurt. Elk mens is uniek, zowel in zijn leven als in zijn sterven.

We kunnen het ook als volgt stellen. In een stoffelijk overschot zijn heel andere processen op gang gekomen. Het hart is gestopt, de bloedsomloop stagneert en het bloed verzamelt zich in de laagst gelegen delen (lijkvlekken); het lichaam wordt koud en stijf, verliest zijn kleur en wordt grauw. De chemie van wat wij de dood noemen treedt in werking en daar is geen houden aan, ook niet door kunstmatige beademing, medicatie of wat dan ook.

We kunnen nu feitelijk constateren dat hersendood wordt gehanteerd als een legitimatiecriterium om de medische behandeling van de patiënt om te buigen naar een behandeling die orgaanuitname mogelijk maakt. De stervende patiënt krijgt de status van lijk. Een stervende is echter geen dode. De onbewezen en misleidende stelling dat een hersendode dood is, ontkent het sterven als korter of langer durend proces. Als via de elektrische apparatuur geen bericht van de patiënt verkregen wordt, betekent dat alleen maar dat hij via deze weg niet bereikbaar is. We kunnen hier een vergelijking hanteren: als iemand de telefoon niet oppakt, wil dat nog niet zeggen dat hij niet thuis is.

Volgens de wet leeft iemand of is iemand dood, sterven is verdwenen. Onze wetgevers en overheid staan ondertussen wel heel ver af van natuurlijke processen. Waar gaat dit heen?

Als we deze gegevens koppelen aan de voorafgaande kunnen we de volgende conclusies trekken.

1. De suggestie dat de hersenen totaal niet meer werken, is onjuist.
2. Een hersendood verklaarde mens is ernstig beschadigd, maar leeft.
3. Hersendood is geen medisch wetenschappelijk feit, maar een afgesproken bedenksel om organen weg te kunnen halen uit een stervende mens.
4. De stelling ‘de dood van de mens wordt bepaald door de dood van de hersenen’ behelst een onmiskenbare misleiding.